Maak je tuin winterklaar met deze checklist
De winter staat voor de deur en brengt traditiegetrouw koude temperaturen, regen en veel wind mee. De activiteiten in de tuin en de moestuin lopen daarmee op hun einde. Vooraleer je zelf overwintert, maak je het best van de laatste herfstdagen gebruik om je tuin winterklaar te maken. Dat is niet enkel schoonmaak, maar ook een beetje zorg. Lees hier wat dat allemaal inhoudt.

De grasmat
Afgevallen bladeren verwijderen
Op het einde van de zomer en in de herfst verliezen de bomen hun bladeren. Hoewel ze nuttige voedingsstoffen bieden, hark je ze op je grasmat toch best van tijd tot tijd eens bijeen. Anders dreigt het gras eronder te verkleuren en op termijn af te sterven, waardoor je kale plekken krijgt die kunnen ingenomen worden door onkruid. Maak ook tuinpaden en terrassen vrij: natte bladeren kunnen er glad worden.
Met een bladhark of bladrijf verzamel je de bladeren gemakkelijk. Onder hagen, struiken en bomen mag je ze gerust laten liggen. Daar beschermen ze de bodem tegen uitdroging en temperatuurschommelingen en dragen ze bij het verteren bij aan de opbouw van humus. Ook in borders kun je bladeren als mulch gebruiken, zolang je lage, groenblijvende planten niet bedekt en de hartjes van kwetsbare planten vrijhoudt.
Maak op een beschutte plek eventueel een hoop van bladeren en wat takken. Die biedt egels en andere tuindieren een schuilplaats. Laat zo’n hoop tijdens de winter zo veel mogelijk met rust.
Overtollige bladeren kun je in kleine hoeveelheden door ander compostmateriaal mengen. Heb je er veel, verzamel ze dan apart in een luchtige bladkorf of een geperforeerde zak. Houd ze licht vochtig: na één tot twee jaar heb je bladcompost die je als mulch of bodemverbeteraar kunt gebruiken.
MEER WETEN:
> Alles over composteren
> Steelgereedschap in de tuin: wat heb je nodig?
> Alles over vijvers
De laatste maaibeurt
Grote kans dat je in oktober of november voor de laatste keer van het jaar je grasmaaier van stal moet halen. Of het al dan niet de laatste keer is, dat wordt beslist door de temperatuur. Bij aanhoudend lage temperaturen vertraagt de groei sterk. Door de bank genomen stopt gras met groeien bij 6 °C, maar kijk vooral naar je gazon en de weersomstandigheden: enkele koude dagen betekenen niet noodzakelijk dat de maaier definitief opgeborgen kan worden.
Laat het gras voor de winter ongeveer 4 cm hoog. Te kort maaien verzwakt de grasmat en geeft mos en onkruid meer kansen. Verwijder per maaibeurt hoogstens een derde van de grassprieten. Maai alleen wanneer het gras voldoende droog is en de bodem niet drassig of bevroren is.
Na de laatste beurt vliegt de grasmachine in het tuinhuis of berghok. Maar maak de grasmaaier na de laatste beurt wel nog eens grondig schoon. Verwijder grasresten uit de opvangbak en van de onderkant van het maaidek, controleer de messen en laat ze indien nodig slijpen.
Benzinemaaier opbergen
Volg voor de winterstalling de voorschriften van de fabrikant. Bij een viertaktmotor controleer je het oliepeil en ververs je de olie als het onderhoudsschema dat voorschrijft. Vul na het aftappen opnieuw de voorgeschreven hoeveelheid olie bij.
Ook voor de brandstof is de handleiding bepalend. Sommige fabrikanten adviseren het brandstofsysteem leeg te maken, andere laten opslag toe met verse benzine en een geschikte brandstofstabilisator. Alleen de tank leegmaken volstaat niet altijd: er kan nog brandstof in de carburateur achterblijven. Oude benzine kan afzettingen en startproblemen veroorzaken.
Accumaaier opbergen
Verwijder de accu en bewaar die droog, beschermd tegen vorst en uit de buurt van warmtebronnen. Volg de voorgeschreven bewaartemperatuur en laadtoestand uit de handleiding en controleer de accu tijdens de winter af en toe.
MEER WETEN:
> Hoe je gras maaien: tips en technieken
> Hoe je grasmaaier onderhouden
Gazon bekalken
Het najaar is een geschikte periode om je gazon te bekalken, maar doe dat niet automatisch elk jaar. Kalk verhoogt de pH-waarde van de bodem en is alleen nodig als die te zuur is voor een goede grasgroei. Ook te veel kalk kan nadelig zijn: bij een te hoge pH worden bepaalde voedingsstoffen minder goed opneembaar. Een ideale pH-waarde ligt op 6,5 voor lichte zandgronden en op 7 voor zwaardere leem- en kleigronden.
Controleer eerst de staat van de bodem. Een eenvoudige pH-test voor thuis geeft een goede indicatie om te weten of bekalking nodig is. Volg de gebruiksaanwijzing en neem op verschillende plaatsen in het gazon wat grond, zodat je een representatief resultaat krijgt. Vergelijk de uitkomst met de richtwaarden voor jouw grondsoort en de gebruikte test.
Blijkt bekalken nodig, strooi dan gelijkmatig een geschikte gazonkalk volgens het analyseadvies en de productvoorschriften. Vermijd strooien op een bevroren, besneeuwde of drassige bodem.
Hoewel bekalken goed is tegen mosgroei, moet je van kalk geen rechtstreekse mosbestrijding verwachten. Mos kan ook wijzen op schaduw, een verdichte of te natte bodem, te kort maaien of een verzwakte grasmat. Pak daarom vooral de oorzaak aan.
MEER WETEN:
> Hoe je grasmat herstellen en onderhouden
Snoeiwerken
Aandachtspunten
Je tuin winterklaar maken betekent niet dat alle planten een snoeibeurt nodig hebben. Controleer vooral op dode, beschadigde of zieke takken en verwijder die waar nodig. Kijk ook de steun en aanbindpunten van klimplanten na, zodat lange scheuten niet losrukken bij stevige wind.
Sommige struiken, zoals hoge struikrozen en vlinderstruiken, kun je op een winderige standplaats licht inkorten om te voorkomen dat ze voortdurend heen en weer bewegen en los komen te staan. De eigenlijke snoeibeurt volgt doorgaans pas aan het einde van de winter of in het voorjaar.
Let er goed op dat je planten aanpakt waarvan je weet dat de snoeiwonden mooi dicht zullen zijn wanneer het strengere winterweer zijn intrede doet. Wonden die niet volledig genezen zijn, kunnen namelijk invriezen wanneer de temperaturen onder nul duiken.
Wat mag je snoeien?
De herfst is een goed snoeiseizoen voor klimplanten en bessenstruiken, maar dat is uiteraard geen algemene regel. Controleer eerst welke soort je hebt en wanneer die gesnoeid mag worden. Bij clematis hangt het snoeimoment bijvoorbeeld af van de snoeigroep. Voorjaarsbloeiende heesters snoei je meestal pas na de bloei, anders knip je de bloemknoppen voor volgend jaar weg.
Rode en witte bessen en kruisbessen kun je tijdens hun winterrust snoeien, na de bladval en buiten vorstperiodes. Bij zomerframbozen verwijder je de afgedragen stengels na de oogst en behoud je de jonge scheuten voor volgend jaar. Herfstframbozen snoei je voor één herfstoogst doorgaans pas aan het einde van de winter tot tegen de grond terug.
Laat ook uitgebloeide vaste planten en siergrassen waar mogelijk tot het voorjaar staan. Hun stengels en zaadhoofden geven structuur aan de wintertuin en bieden voedsel of schuilplaatsen aan dieren.
Tip
Laat bloeiende klimop in het najaar zo veel mogelijk ongemoeid: de bloemen leveren laat in het seizoen nog nectar en stuifmeel.
Snoeigereedschappen onderhouden
Verwijder na gebruik aarde, plantenresten en hars van je snoeigereedschap. Maak de gereedschappen droog, controleer de snijvlakken en slijp ze indien nodig. Smeer scharnierpunten en breng op roestgevoelige metalen delen een dun laagje onderhoudsolie aan.
Heb je zieke planten gesnoeid? Reinig en ontsmet de snijvlakken dan vóór je een volgende plant aanpakt. Gebruik daarvoor een geschikt ontsmettingsmiddel volgens de gebruiksaanwijzing. Berg het gereedschap droog op.
MEER WETEN:
> Snoeien: hoe, wat en wanneer?
> Tips en technieken voor het snoeien van je planten
> Hoe je snoeigereedschap onderhouden

Extra bescherming
Bomen en planten
Niet elke plant heeft winterbescherming nodig. Controleer vooral vorstgevoelige soorten en planten in potten: hun wortels zijn sterker blootgesteld aan kou dan die van planten in de volle grond.
Bescherm de wortelzone van gevoelige planten met een laag afgevallen bladeren, stro of ander geschikt mulchmateriaal. Houd de stamvoet vrij: materiaal dat er voortdurend nat tegenaan ligt, kan rotting bevorderen.
Voor bovengrondse delen gebruik je bij voorkeur ademend tuinvlies of een geschikte winterhoes. Vermijd een luchtdichte verpakking van plasticfolie: die houdt vocht vast en kan bij zonneschijn sterk opwarmen. Breng de bescherming aan wanneer vorst wordt voorspeld en lucht of verwijder ze tijdens zachte periodes. Een hoes biedt slechts beperkte bescherming en maakt een vorstgevoelige plant niet ineens winterhard.
Verplaats kwetsbare potplanten vóór de eerste vorst naar een geschikte overwinteringsplek. Voor veel soorten is dat een koele, vorstvrije en lichte ruimte. Planten die buiten kunnen blijven, zet je beschut tegen koude wind. Isoleer eventueel de pot met jute of noppenfolie, maar houd de afvoergaten vrij en voorkom dat de pot in een met water gevulde onderschotel staat. Controleer ook ’s winters af en toe of de potgrond niet volledig uitdroogt.
Dieren in de tuin
Konijnen en kippen hebben in de winter vooral behoefte aan een droog, beschut en goed geventileerd verblijf. Herstel lekken en scherm kieren af die tocht veroorzaken ter hoogte van de dieren, maar laat de ventilatieopeningen vrij. Vocht en ammoniak uit mest moeten kunnen ontsnappen. Een vochtig hok vergroot bovendien het risico op koudeproblemen en, bij kippen, bevriezing van kammen en lellen.
Voorzie voldoende droge bodembedekking en vervang natte of vuile plekken regelmatig. Geef buitenkonijnen extra stro om zich in te nestelen. Wil je een deel van hun verblijf aan de buitenkant afschermen met een hoes of isolerend materiaal? Zorg dan dat er voldoende frisse lucht en daglicht binnenkomen en dat de dieren niet aan het materiaal kunnen knagen.
Tip
Controleer bij vorst meerdere keren per dag of je dieren toegang hebben tot vers, onbevroren drinkwater. Kijk bij drinkflessen ook het tuitje na: dat kan dichtvriezen terwijl het water in de fles nog vloeibaar is. Vervang bevroren water en voeg geen zout of antivries toe.
MEER WETEN:
> Hoe je planten beschermen tegen de kou
Voorjaarsbloeiers en groenbemesters
Bloembollen
Wil je in het voorjaar kleur in de tuin? Ook in oktober en november kun je nog voorjaarsbloeiende bloembollen planten. Voor tulpen is dit zelfs een prima plantperiode. Narcissen, krokussen, hyacinten en sieruien gaan bij voorkeur wat vroeger de grond in, maar heb je nog gezonde, stevige bollen liggen, plant ze dan nu in plaats van ze tot volgend jaar te bewaren.
Plant zolang de grond niet bevroren of drassig is. Kies een plek waar overtollig water goed weg kan: in langdurig natte grond kunnen bollen rotten. Als vuistregel maak je het plantgat twee tot drie keer zo diep als de bol hoog is. Zet de bol met de punt naar boven en volg voor de precieze plantdiepte en afstand de aanwijzingen op de verpakking.
Ook in potten kun je bloembollen planten. Gebruik potten met afvoergaten en laat ze niet in een met water gevulde onderschotel staan.
Groenbemesters: wat kan er nog?
Zijn er na de laatste oogst kale stukken in je moestuin? Winterrogge is een van de groenbemesters die je bij geschikte omstandigheden nog tot in november kunt zaaien. Verwar die niet met raaigras. Controleer de aanbevolen zaaiperiode op de verpakking en zaai alleen als de bodem nog bewerkbaar en niet te nat is. De wortels helpen de bodemstructuur beschermen en nemen voedingsstoffen op die anders met winterregen kunnen uitspoelen.
Houd ook rekening met je voorjaarsplannen: winterrogge moet je tijdig afmaaien en verwijderen of ondiep onderwerken voordat je opnieuw zaait of plant.
Is het te koud of te nat om nog te zaaien? Bedek de kale grond dan met een laag rijpe compost of geschikt organisch mulchmateriaal, zoals bladeren. Zo blijft de bodem tijdens de winter beschermd.
MEER WETEN:
> Hoe onkruid voorkomen in je tuin?

Wat met de vijver?
Bladeren en afgestorven planten verwijderen
Haal afgevallen bladeren regelmatig met een schepnet uit de vijver. Een paar bladeren zijn geen probleem, maar grote hoeveelheden rottend materiaal verbruiken zuurstof en belasten de waterkwaliteit. Met een strak gespannen vijvernet boven het water beperk je de bladval in de vijver. Controleer het regelmatig en verwijder opgehoopte bladeren.
Knip afstervende waterleliebladeren en andere zachte, rottende plantdelen weg voordat ze naar de bodem zakken. Laat gezonde onderwaterplanten en stevige, rechtopstaande oeverstengels zo veel mogelijk staan: ze bieden beschutting aan vijverdieren. Zuurstofplanten hoef je niet standaard tot een vaste diepte terug te snoeien. Stel het delen en verpotten van waterlelies bij voorkeur uit tot het voorjaar.
Filter en pomp uitschakelen
Of je de pomp en filter tijdens de winter laat draaien, hangt af van het type vijver en filtersysteem. Controleer wel of de pomp, filter en leidingen geschikt zijn om tijdens vorst te blijven werken.
Bij een visvijver kan het bijvoorbeeld nuttig zijn om de biologische filtratie en circulatie te behouden, eventueel met een lager debiet. In een voldoende diepe vijver kan het water onderaan in de winter rond 4 °C blijven. Vissen en amfibieën zoeken deze diepere, relatief warme waterlaag op. Een krachtige pomp die water vanaf de bodem naar het oppervlak brengt, kan deze temperatuurverdeling verstoren en het diepere water verder afkoelen. Laat je de pomp draaien, dan kan je daarom eventueel de aanzuiging hoger plaatsen of de circulatie verminderen.
Pompen voor fonteinen, watervallen en andere installaties die niet voor wintergebruik geschikt zijn, kan je bij vorst beter uitschakelen en winterklaar maken of opbergen. Watervallen kunnen bovendien voor extra afkoeling van het vijverwater zorgen.
Let op, bij zwemvijvers wordt er in de meeste gevallen wel aangeraden om tijdens de winter minimaal één pomp draaiende te houden. De constante circulatie zal immers voorkomen dat het water al te snel bevriest. Is het echter een strenge winter en dreigt het water écht tot onder de skimmers te bevriezen, dan is het beter het systeem stop te zetten om drooglopen van de pomp te voorkomen. Volg uiteraard altijd de richtlijnen van de installateur of fabrikant.
IJsvrije vijver
In de winter moet je nauwelijks aan je vijver komen. Enkel bij vriestemperaturen moet je ervoor zorgen dat je waterpartij niet te dik dichtvriest. Een ijslaag is op zich geen probleem, maar zorg dat je een opening hebt in het ijs waardoor CO2 kan ontsnappen, om te voorkomen dat de zuurtegraad van je vijverwater te hoog wordt.
Zo'n opening in het water maak je niet met brute kracht door te kappen, maar ga te werk op een zachte manier. Laat bijvoorbeeld een pot met kokend water even op het ijs staan om een gat te smelten.
MEER WETEN:
> Alles over vijvers

Paden, terras en meubels
Bestrating
Veeg afgevallen bladeren en ander vuil regelmatig van je terras en tuinpaden. Zo beperk je gladheid en krijgen algen en mos minder kans. Groene aanslag verwijder je eerst met water en een borstel die geschikt is voor de ondergrond. Wees voorzichtig met een hogedrukreiniger: die kan houtvezels beschadigen, voegen uitspuiten en sommige tegels aantasten.
Gebruik je een reinigingsmiddel, kies dan een product dat geschikt is voor het materiaal en volg de gebruiksaanwijzing. De vereiste temperatuur en droogtijd verschillen per product; een algemene ondergrens van 10 °C geldt vaak, maar niet voor elke behandeling. Vermijd ook dat reinigingswater in borders of de vijver terechtkomt.
Meubels en decoratie
Maak tuinmeubels schoon en laat ze volledig drogen voordat je ze opbergt of afdekt. Bewaar kussens en ander gevoelig textiel droog binnenshuis. Meubels die buiten mogen overwinteren, kun je beschermen met een geschikte hoes. Zorg voor ventilatie en voorkom dat er water op de hoes blijft staan: opgesloten vocht kan schimmel en vlekken veroorzaken.
Controleer of bloempotten, tuinbeelden en terrashaarden vorstbestendig zijn. Vooral poreuze materialen kunnen barsten wanneer opgenomen water bevriest. Zet vorstgevoelige stukken droog en vorstvrij weg. Laat buitenpotten goed uitlekken, houd de afvoergaten vrij en verwijder onderschotels waarin water kan blijven staan.
MEER WETEN:
> Hoe je terras onderhouden

Andere aandachtspunten
Serre
Maak je serre vóór de winter schoon. Verwijder oude gewasresten en onkruid en reinig de ruiten of folie, zodat het schaarse winterlicht maximaal binnenvalt. Controleer ook de constructie, dichtingen en herstel beschadigingen.
Je hoeft niet elk najaar de bovenste grondlaag te vervangen. Maak de bodem vrij van zieke plantenresten en voeg indien nodig wat rijpe compost toe, afgestemd op de volgende teelt. Is de grond sterk uitgedroogd, bevochtig hem dan geleidelijk. Vermijd een voortdurend natte bodem: in de winter verbruiken planten minder water.
De temperatuur
De gewenste temperatuur hangt af van wat je kweekt of laat overwinteren. Winterharde groenten verdragen meer kou dan vorstgevoelige potplanten. Een onverwarmde serre is bovendien niet gegarandeerd vorstvrij, ook niet wanneer je ze isoleert.
Noppenfolie voor serres kan het warmteverlies beperken, maar houdt ook licht tegen. Laat ventilatieopeningen bereikbaar en verlucht op zachte dagen om overtollig vocht af te voeren. Sluit ze tijdig wanneer de temperatuur weer daalt. Kwetsbare planten kun je bij voorspelde vorst extra afdekken met tuinvlies. Voor planten die absoluut vorstvrij moeten blijven, kan een geschikte serreverwarming met thermostaat nodig zijn.
Tip
Gebruik een minimum-maximumthermometer om ook de laagste nachttemperatuur te kennen. Hang de sensor ter hoogte van de planten die je wilt beschermen, buiten rechtstreeks zonlicht en uit de buurt van een verwarmingstoestel.
Gebruik je de serre ’s winters niet? Ruim gewasresten op en bedek de kale bodem eventueel met een laag organisch mulchmateriaal. De bovenste 10 cm grond afgraven is zonder concrete aanleiding niet nodig.
MEER WETEN:
> Hoe een serre kiezen en plaatsen

Wilde dieren helpen
Biodiversiteit in de tuin is belangrijk. Het is belangrijk dat je naar de winter toe ook de diertjes niet vergeet. Van insecten tot vogels en roofdieren, ze kunnen heel wat plantenplagen in de kiem smoren.
- Voor egels kan je een overwinterplek voorzien ergens in een uithoekje van de tuin. Dat kan met een hoop bladafval, of je kan zelf een egelhuisje maken.
- Amfibieën zijn fan van vochtige, goed beschutte plekken. Enkele zorgvuldig gestapelde stenen (idealiter in de buurt van een vijver of waterpartij) vormen al een echt paradijs voor hen. Je kan ook aangepaste amfibiehuisjes kopen.
- Vogels kan je bijvoederen met een voederplank of voedertoren, of met mezenbollen in een boom.
- Voor insecten, zoals solitaire bijen, gaasvliegen en lieveheersbeestjes, kan je een insectenhotel plaatsen. Deze zoeken in de natuur sowieso openingen om te kunnen schuilen en/of overwinteren, zoals in houtblokken of holle stengels. Neem die dus ook niet meteen weg. Zorg er enkel voor dat spinnen hun web niet spannen voor de opening van je insectenhotel.
MEER WETEN:
> Hoe plagen bestrijden dankzij biodiversiteit
> Hoe help je de dieren in je tuin overwinteren?